Fysische geografie

Het analytisch onderzoek in de fysische geografie bestudeert het reliëf, de klimaten, de oppervlaktewaters en de verspreiding van de bodems, de planten en de dieren. De voornaamste studiedomeinen zijn de geomorfologie, de hydrogeografie en de klimatologie, die allemaal geïntegreerd worden in de studie van het Quartair. Geologie, bodemkunde, plantkunde en ecologie sluiten daar zeer nauw bij aan.

Het synthetisch onderzoek op zijn beurt behandelt de fysische milieus in hun geheel. Waarnemen, beschrijven, verklaren en karteren zijn de voornaamste activiteiten. Hierin wordt de kwantitatieve benadering steeds belangrijker.

Geomorfologie

De geomorfologie bestudeert de reliëfvormen. Reliëfstudie door terreinobservatie en door analyse van kaarten, luchtfoto's, satelliet- en andere beelden is fundamenteel. Grote aandacht gaat naar de studie van de vormingsprocessen (de werking van rivieren, wind, gletsjers,...) en van de factoren (klimaat, zeespiegelbewegingen, bodembewegingen, geologische structuur,...). De evolutie van de vormen op korte en langere termijn en de geografische inventarisatie door geomorfologische kartering worden besproken. Verder wordt er ingegaan op fysische en chemische verweringsvormen, hellingstypologie en hellingsprocessen, fluviatiele landvormen, (sub)tropische en mediterrane geomorfologie, littorale en submariene geomorfologie, glacigene geomorfologie en periglaciaire verschijnselen, en daarnaast ook op de structurele geomorfologie.

Hydrogeografie

In de hydrogeografie worden de kenmerken en de werking van de continentale waters (rivierstroming) en van de mariene waters (zeestromingen, getijden,...) behandeld. Bepaalde aspecten van de oceanografie en van de glaciologie zijn daarin eveneens belangrijk.

Klimatologie

Klimatologie is de studie van de gemiddelde toestand van de troposfeer, dat is het onderste deel van de atmosfeer. Eerst gaat aandacht naar de opbouw van de atmosfeer en naar de verschillende elementen die de toestand van de troposfeer kenmerken, namelijk temperatuur, luchtvochtigheid, neerslag, luchtdrukstelsels en windsystemen. Hun ontstaan en hun geografische, temporele en verticale wisselingen worden behandeld; daarnaast komen ook de energiebalans, de waterhuishouding en ten slotte de klimaatsgeografie met klimaatsclassificatie aan bod.

Studie van het Quartair

Quartaire klimaatswisselingen en bijhorende geomorfologische en landschappelijke veranderingen vormen de studieonderwerpen waarop gefocust wordt in de derde bachelor. Deze studiediscipline steunt op de geomorfologie, de hydrogeografie en de klimatologie.